Het kompas is een makkelijk stukje gereedschap om de weg te kunnen vinden. Er bestaan grofweg twee soorten kompassen,
de lucht gedempte en vloeistof gedempte kompassen.
Hoe werkt een kompas nou eigenlijk, dat is simpel de naald in het kompas wijst met
het gekleurde gedeelte (meestal rood) naar het noorden. Dit komt omdat de aarde
magnetisch is en de naald in het kompas als een soort magneet naar het noorden wijst.
Het is wel van belang dat je niet in de buurt van metalen voorwerpen of elektrische
voorwerpen (bijvoorbeeld hoogspanningskabel of transformator huizen) staat want
metaal beïnvloedt het kompas. Verder heeft ieder kompas een windroos op deze
windroos staan de windstreken en graden afgebeeld. We gebruiken meestal een
vloeistof kompas met een windroos die je kunt draaien ( zie figuur hier naast).
Afstand tussen metalen voorwerpen en het kompas

Een fiets 1 meter
Een auto 5 meter
Een hoogspanningskabel 50 meter
Een transformatorhuisje 25 meter
Nu heb je ongeveer een idee hoe ver je van iets afstand
moet nemen om ervoor te zorgen dat je kompas niet
beïnvloed wordt.
Richting bepalen met het kompas
De werking van het kompas berust op het feit dat de naald van het kompas altijd naar het noorden wijst. Wat de meeste mensen
echter niet weten is dat het noorden wat het kompas aanwijst niet het echte noorden is. Er zijn namelijk 3 verschillende noorden namelijk:
Geografische noorden
Magnetisch noorden
Kaart noorden
Het geografische noorden, wordt ook wel het ware noorden genoemd. Dit is het bovenste puntje op de wereldbol. Het ware noorden
wordt op een (staf)kaart vaak aangegeven met een sterretje (*). Het magnetisch noorden is het noorden waar je kompasnaald naar toe
wijst. Het magnetisch noorden verandert jaarlijks dit komt omdat de magnetische krachtvelden altijd in beweging zijn. Dit is echter
minimaal (vaak minder dan 1 graad per jaar). Het kompas zal altijd de magnetische krachtlijnen volgen, deze zijn op iedere plek op
de aarde anders. Dus wel iets om rekening mee te houden tijdens het maken van een lange reis. Op (staf)kaarten wordt het magnetisch
noorden vaak met een (halve) pijlpunt aangegeven.
Kaart noorden, dit is ook weer een noorden wat steeds wijzigt. Dit is het noorden wat de kaarten maker kiest. Vaak valt dit kaarten
noorden samen met het geografische noorden. Declinatie, dit is het verschil tussen het geografische noorden en het magnetische noorden.
Omdat magnetische krachten velden op de aarde continu in beweging zijn,
verandert de declinatie elk jaar een beetje. Deze staat op een (staf) kaart
altijd aangegeven met tekening die je hiernaast ziet. Houd je geen rekening
met de declinatie dan kan dat tot gevolg hebben dat je afhankelijk van de
plek op aarde wel 45° van koers kan afwijken.

(klik op de afbeelding om deze te vergroten)
Richting bepalen met kaart en kompas
1. Leg de kompas op de kaart,
met de zijkant langs
de gewenste reis route.
2. Draai de ring van het kompas tot de "N" naar het
magnetische noorden op de kaart wijst. De Noord/
Zuid lijnen in de vloeistof capsule lopen dan evenwijdig
aan die van de kaart.
3. Draai het kompas in de hand tot het rode naald stuk
naar de "N" op de ring wijst. Zoek een herkenning punt
die in deze richting wijst en ga er heen en herhaal dit tot
de bestemming bereikt is.
In een opgegeven richting lopen
Als je tijdens een hike of je hebt op de kaart een richting gevonden bij
voorbeeld 210° oost om, dan doe je het volgende met je kompas:
1: Stel de ring van je kompas zo in dat de opgegeven richting bij het pijltje staat
2: Houd nu het kompas met gestrekte arm voor je en draai net zo lang, totdat de (rode)
noord pijl van het kompas pressies op de N (0°) staat. Maak ook hierbij gebruik van
de spiegel om zowel het kompas als de loop richting in de gaten te houden
3: Loop nu in de richting waarin het kompas wijst.
Lopen op kompas
Met behulp van de hierboven uitgelegde technieken kun je al in een opgegeven richting lopen, maar in een bebouwd of bebost gebied
is het heel moeilijk om de juiste richting vast te houden. Je kunt ervoor zorgen dat je toch de juiste richting op loopt door een object
uit te kiezen dat precies in jouw loop richting ligt en daar vervolgens heen te lopen. Vanaf dat object schiet je opnieuw de te
volgen richting naar een volgend object. Op die manier kun je er zeker van zijn dat je in de juiste richting loopt.