Morse code
Morse is een communicatie code, bestaande uit met tussenpozen uitgezonden signalen, die letters, leestekens en cijfers representeren.
De code werd in 1835 uitgevonden en ontwikkeld door Samuel Morse met het doel deze te gebruiken voor de telegrafie. bij de
telegraaf kon men alleen mar kiezen uit twee toestanden: de stand van de sleutel, sleutel naar beneden (is stroom) of sleutel niet
bedient (is geen stroom) en de tijdsduur (kort of lang).
In het morse alfabet bestaan de letters en cijfers uit
punten en strepen. de punt is een seconde, de streep
drie seconden tussen de punten en strepen zit een
tijdsduur van een seconde. tussen de worden zit
drie seconde's en tussen de zinnen zit zes seconden
Zo weet de gene naar wie je toe seint of een woord
dan wel zin af is.
Hier naast zie je het alfabet (als je er op klikt wordt
het vergroot)
Morse kun je op verschillende manieren versturen. Bijvoorbeeld
met een zaklamp of toeter, maar ook met een seinsleutel.

Seinen
is een manier van communiceren waarbij een persoon signalen verzendt door middel van twee vlaggen die hij/zij in zijn handen houdt.
Door de armen te bewegen en in verschillende posities te brengen, kan die persoon letters, cijfers en speciale tekens versturen.
Het seinen sneller voor korte-afstandsberichten in klaar daglight en kan gebruikt worden om boodschappen aan meerdere ontvangers
tegelijk te versturen, zolang ze zich maar in de juiste posities bevinden. Omdat de semafoor zo snel is, is hij beter geschikt voor het
versturen van lange boodschappen dan andere visuele methodes. Als er radiostilte geldt, is de semafoor de beste oplossing voor
officiële informatieverkeer. Het is veiliger dan licht- en radiosignalen omdat er minder kans is op onderschepping door onbevoegden.
Van zowel de oude Grieken als de Romeinen is bekend dat zij toortsen en vlaggen gebruikten om signalen te versturen over
korte afstanden. Toen de telescoop werd uitgevonden in 1600, werd het bereik van zulke systemen erg vergroot.
In 1794 vond een Franse uitvinder, Claude Chappe, een semafoor uit die een boodschap over 230 km (144 mijl) van Rijsel
naar Parijs kon versturen in twee minuten. Hij bouwde een reeks torens op ongeveer 8 tot 16 km (5 tot 10 mijl) van elkaar en in
elkaars zicht. Op elke toren was een draaiende straalzender met armen langs de zijkant gemonteerd. Er was ook een telescoop op
elke toren zodat een operator de combinatie van licht- en semafoorsignalen kon doorgeven.

