Bij scouting is het gebruikelijk dat je met enige regelmaat een kampvuur
hebt. Tegenwoordig zijn de regels in Nederland behoorlijk streng omtrent
het houden van open vuur, nu is het zo dat dit per regio verschild.
Het is belangrijk dat je, als je een kampvuur houd wel met een aantal ding en rekening houd. Neem bijvoorbeeld de veiligheid.
Zorg ervoor dat je vuur op een plek houd waar de grond geschikt is (in het bos niet op de grond want dan krijg je ondergrondse
vuurhaarden). Zorg ook dat je blusmiddelen bij de hand hebt (een emmer water of een schop zand). Houd ook rekening met het
weer bij veel wind een laag kampvuur.
Het is ook van belang dat je een goed opgebouwd vuur hebt en een vuur
gebruikt wat geschikt is, daar waarvoor je het wilt gebruiken
Doven van het kampvuur
Als stoker ben je niet alleen verantwoordelijk voor de gang van zaken tijdens de opbouw en tijdens het kampvuur of het koken,
maar ook voor het netjes achterlaten van de stookplaats. Zorg ervoor dat het vuur helemaal uit is op het moment dat je vertrekt.
Denk niet dat die laatste paar gloeiende kolen onschadelijk zijn. Een licht briesje kan de smeulende kolen alweer doen ontvlammen
en zo kan het hele vuur weer oplaaien. Zorg dus dat je je vuur goed dooft met water of zand. Als je met water blust, leg dan het vuur
eerst uit elkaar en blus dan de afzonderlijke blokken. Dat scheelt water en een modderpoel.
Let er goed op dat er geen boomwortel of heide in de grond zit dat kan gaan smeulen.